Orde van dienst 27 september 2020 ochtend
Gemeentenieuws
Gepubliseerd door op 25/07/2020 00:00 om 12:00 AM

Orde van dienst 27 september 2020, 9.30 uur

Voorganger: ds. H.E. Veldhuijzen, Schelluinen

Organist: Jan Verweij

 

Votum en groet

 

Psalm 80: 1

Neem, Isrels Herder, neem ter oren.

Die Jozefs kroost, door U verkoren,

als schapen gunstig hebt geleid;

Die enen troon van heiligheid

U tussen cherubs hebt gesticht;

verschijn weer blinkend met Uw licht.

 

Wetslezing

 

Psalm 80: 9

Keer weer, o God der legermachten,

tot ons, die op Uw bijstand wachten.

Zie uit den hogen hemel neer.

Herstel Uw wijnstok als weleer,

den stam ter liefd' Uws Zoons geplant,

dien Gij gesterkt hebt door Uw hand.

 

Gebed om de opening van het Woord

 

Schriftlezing: 1 Koningen 18: 21 – 40

21 Toen kwam Elia naar voren, bij heel het volk, en zei: Hoelang hinkt u nog op twee gedachten? Als de HEERE God is, volg Hem, maar als het de Baäl is, volg hem! Maar het volk antwoordde hem niet één woord.

22 Toen zei Elia tegen het volk: Alleen ík ben overgebleven als profeet van de HEERE, maar de profeten van de Baäl zijn met vierhonderdvijftig man.

23 Laat men ons dan twee jonge stieren geven. Laten zij voor zich de ene stier kiezen, die in stukken verdelen en op het hout leggen, maar ze mogen er geen vuur bij leggen. Dan zal ík de andere stier klaarmaken en op het hout leggen, maar er geen vuur bij leggen.

24 Roept u daarna de naam van uw god aan, dan zal ík de Naam van de HEERE aanroepen. En de God Die door vuur antwoordt, Die is God. En het hele volk antwoordde en zei: Dat is goed.

25 Elia zei tegen de profeten van de Baäl: Kies voor uzelf de ene jonge stier en maak die eerst klaar, want u bent met velen. Roep dan de naam van uw god aan, maar u mag er geen vuur bij leggen.

26 Zij namen de jonge stier die hij hun had gegeven, en maakten die klaar. Ze riepen de naam van de Baäl aan, van de morgen tot de middag: O Baäl, antwoord ons! Maar er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde. Zij sprongen tegen het altaar aan, dat men gemaakt had.

27 En het gebeurde tijdens de middag dat Elia met hen begon te spotten en zei: Roep met luide stem! Hij is immers een god. Hij is vast in gedachten! Of hij heeft zich vast afgezonderd! Of hij is vast op reis! Misschien slaapt hij wel en moet hij wakker worden!

28 Zij riepen met luider stem en kerfden hun lichamen naar hun wijze van doen met zwaarden en speren, totdat het bloed over hen heen stroomde.

29 En het gebeurde, toen de middag voorbij was, dat zij in geestvervoering raakten, tot de tijd van het brengen van het graanoffer. Er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde; er kwam geen teken van leven.

30 Toen zei Elia tegen heel het volk: Kom naar voren, bij mij. En heel het volk kwam naar voren, bij hem. Vervolgens herstelde hij het altaar van de HEERE, dat omvergehaald was.

31 Elia nam twaalf stenen, overeenkomstig het getal van de stammen van de zonen van Jakob, tot wie het woord van de HEERE was gekomen: Israël zal uw naam zijn.

32 Hij bouwde met die stenen het altaar in de Naam van de HEERE. Vervolgens maakte hij een geul rondom het altaar, met een omvang van twee maten zaad.

33 Hij schikte het hout, verdeelde de jonge stier in stukken en legde die op het hout.

34 Toen zei hij: Vul vier kruiken met water en giet het uit over het brandoffer en over het hout. En hij zei: Doe dat voor de tweede maal, en zij deden het voor de tweede maal. Verder zei hij: Doe het voor de derde maal, en zij deden het voor de derde maal.

35 Het water liep rondom het altaar, en ook vulde hij de geul met water.

36 En het gebeurde, toen men het graanoffer bracht, dat de profeet Elia naar voren kwam en zei: HEERE, God van Abraham, Izak en Israël, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israël, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan.

37 Antwoord mij, HEERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE, de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt.

38 Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op.

39 Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!

40 Elia zei tegen hen: Grijp de profeten van de Baäl! Laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en Elia voerde hen af naar de beek Kison en slachtte hen daar af.

 

Psalm 135: 3, 9

God is groot; ik weet dat Hij

hoger is dan alle goôn.

Onze God voert heerschappij.

Hij beheerst van Zijnen troon

hemel, afgrond, zee en aard'.

God is aller hulde waard.

 

D' afgoôn van het heidendom,

goud of zilver, goôn in schijn,

hebben lippen, maar zijn stom.

Zij, die 't werk van mensen zijn,

waar men genen geest in vindt,

hebben ogen, maar zijn blind.

 

Preek

 

Psalm 43: 3

Zend, HEER, Uw licht en waarheid neder,

en breng mij, door dien glans geleid,

tot Uw gewijde tente weder.

Dan klimt mijn bange ziel gereder

ten berge van Uw heiligheid,

Daar mij Uw gunst verbeidt.

 

Dankgebed

 

Psalm 43: 4

Dan ga ik op tot Gods altaren,

tot God, mijn God, de bron van vreugd.

Dan zal ik, juichend, stem en snaren

ten roem van Zijne goedheid paren,

Die, na kortstondig ongeneugt',

mij eindeloos verheugt.

 

Zegen

 

Collecten

Collectegeld kunt u overmaken naar de rekeningen:

diaconie: NL58 RABO 0337 1009 77

kerkrentmeesters: NL86 RABO 0337 1008 61

Deze site is ontwikkeld door Informasi Agung Pratama